Loslaten: doe het vooral niet

Je hoort het mensen zo vaak zeggen: je moet het loslaten. Of het nu gaat om dat je van slag bent door een nare opmerking, je loopt te piekeren of je wel een goede keuze hebt gemaakt of dat je niet kan slapen. We zeggen: laat het los. Wat mij betreft kan dit een grote valkuil zijn, die focus op het Loslaten.

Loslaten

Als je loslaten googled, kom je in allerlei e-books en rijtjes met tips terecht waarin staat wat je kan doen om meer los te laten in je leven. En ook wat dat allemaal oplevert. Ook in Mindfulnessland wordt zo vaak gezegd: leer met Mindfulness loslaten en krijg meer rust. Alle rijtjes met tips en manieren om los te laten impliceren dat je iets moet doen. Alsof dat wat we vasthouden een bal is in onze hand en we onze hand gewoon moeten openen. Dan valt de bal en hebben we losgelaten. Dit alles impliceert dat we een actie moeten inzetten. Je moet er mee aan de slag. En dit is precies waar de frictie begint te ontstaan.

De valkuil is namelijk dat loslaten dan iets wordt om ons stiekem te verzetten tegen datgene wat we los willen laten. We willen het niet, die herinneringen, die angst, het verdriet, de spanning. We willen dat het anders was gelopen of we willen ervoor zorgen dat iets in de toekomst anders gaat. Of dat het nu terplekke anders is. Kortom, we moeten het loslaten. Dat weten we. Want we hebben er last van. En als we het loslaten hebben we er geen last meer van, want dan is het er niet meer. Zo denken we.

De spiraal van verzet bij loslaten

Het patroon om onprettige dingen weg te willen hebben zit sterk in ons verweven. En daarom is de grote valkuil dat we loslaten inzetten om iets toch niet te willen ervaren. We komen soms zelfs in een spiraal terecht. We zien dat we ergens mee worstelen en beseffen dat we het moeten loslaten. Dan merken we dat we allerlei oplossingen proberen te verzinnen en beseffen weer: ow ja, ik moet het loslaten. En vervolgens merken we dat we heel erg bezig zijn om manieren te vinden om het los te laten. Om daarna bezig te zijn met kijken hoe we het loslaten los kunnen laten. En zo verder. En ondertussen zijn we eigenlijk alleen maar heel erg veel bezig het niet te willen wat er is.

Kortom, door loslaten te gebruiken als een nieuwe manier van verzet gebeurd precies het tegenovergestelde: we houden nog steviger vast. Loslaten moet je dus vooral niet doen 😉

Laten Zijn

Laten Zijn impliceert een heel andere manier van omgaan met dat wat we moeilijk vinden. Een manier die wat mij betreft de kern is waar Mindfulness om gaat: we doen helemaal niks met die moeilijkheid. Wat er ook is, we laten het er zijn, we laten het zijn ding doen. We laten het verdriet razen. We laten de spanning toenemen totdat we het gevoel hebben dat we het niet meer aankunnen. De gedachten laten we als een malle door onze hoofd sjeezen. We laten het gevoel dat het nooit stopt, het idee dat we iets niet kunnen, dat we niet goed genoeg zijn, de twijfel aan alles in het leven, er zijn.

Op retraite zei een Duitse monnik eens tegen mij: Let it be there. Even serve it some coffee. And… (met een grote glimlach!): What is it you serve in Holland? Stroopwafels! 🙂

Laten zijn

Wees als een goede gastheer

Laten Zijn is als een goede gastheer zijn van visites. Onze Mind is een herberg en daar komen allerlei bezoekers, onaangekondigd. En die bezoekers kunnen moeilijk zijn. Deze moeilijkheid is dan nu bij jou op visite gekomen. Je kan wel doen alsof hij er nog niet is, alsof hij nog buiten staat en niet binnen mag, maar hij is al binnen. Hij is er al, je voelt het al. Je kan proberen hem aan zijn haren naar buiten te sleuren, maar deze bezoeker wil gezien worden. Gehoord. Gekend. Anders verzet hij zich alleen maar. Tja, dat is nu eenmaal zijn aard.

Laat hem op je bank zitten. Ga met hem in gesprek. Leer hem kennen. Laat hem zien hoe groot en sterk of juist hoe angstig en onzeker hij is. Wees aardig voor hem. Hij is er niet om je kwaad te doen, want het gaat hem niet om jou. Geef hem stroopwafels en koffie. Of iets anders wat ie lekker vindt.

Laten Zijn in je herberg

De Perzische dichter Rumi schreef precies over dit zijn van een goede gastheer zijn beroemde gedicht:

Dit mens-zijn is een soort herberg
Elke ochtend weer nieuw bezoek.

Een vreugde, een depressie, een benauwdheid,
een flits van inzicht komt
als een onverwachte gast.

Verwelkom ze; ontvang ze allemaal gastvrij
zelfs als er een menigte verdriet binnenstormt
die met geweld je hele huisraad kort en klein slaat.

Behandel dan toch elke gast met eerbied.
Misschien komt hij de boel ontruimen
om plaats te maken voor extase…….

De donkere gedachte, schaamte, het venijn,
ontmoet ze bij de voordeur met een brede grijns
en vraag ze om erbij te komen zitten.

Wees blij met iedereen die langskomt
de hemel heeft ze stuk voor stuk gestuurd
om jou als raadgever te dienen.

Laat hem er zijn, hoe hij ook doet

Dus ja, ontvang de bezoeker bij de deur met een lach en zeg: kom binnen. Hij komt trouwens toch wel binnen in je herberg, ook al heb je er geen zin in of probeer je hem te negeren. Terwijl die visite daar zit, kijk gewoon wat er gebeurt als je hem koffie geeft. Kijk eens hoe hij reageert. Maar verwacht niet iets terug van je aardigheid, je koffie en je stroopwafels. Denk niet dat hij misschien wel weg gaat als je hem maar goed genoeg ontvangt. In een herberg mag iedereen tenslotte zelf bepalen hoe lang ie blijft. Misschien komt die visite wel 100 keer terug, maakt hij een zooitje van je keuken of erger…: misschien blijft ie zelfs overnachten of trekt ie voor een tijdje bij je in! Tja, leuk is anders. We hoeven die bezoeker ook niet leuk te vinden.

En soms zijn we misschien helemaal niet bereid koffie te schenken. Nou laat die bezoeker dan maar even daarover tieren. Hoor hem aan. Laat hem zijn ding doen. Laat hem er zijn, hoe hij ook doet. Hij is er tenslotte al.

Let it be

Let it be

Let it be

Let it be

Seeking words of wisdom

Let it be

Tja, ook de Beatles wisten het.

 
Scroll naar top